Stadsbeiaardier Bob van der Linde geniet dagelijks van de artistieke breedte van zijn vak. Het ene moment speelt hij barokke of klassieke composities, het volgende moment arrangeert hij populaire muziek voor het carillon. Dat geldt ook voor het concert hij geeft op zondag 17 mei om 15:00. Naast barokmuziek van Bach en Telemann, klinken ook ballades als Scarborough Fair en liedjes van Ede Staal. Improvisatie vormt de kern van zijn spel. “Het moet lijken alsof de muziek op dat moment ontstaat.”
Door Peter Peters
Bob van der Linde: “Het carillon in Middelstum is een heel eigenzinnig instrument. Het bijzondere is dat het zo puur bewaard is, zo oorspronkelijk. Het is een echt Hemony-instrument dat zich kenmerkt door de fraaie klokken, door de rustige toon die in die klokken zit. Bij moderne klokken is dat vaak minder en ook bij oude klokken die herstemd zijn. Je luistert naar de klank van een paar eeuwen geleden. Dichter bij de geschiedenis kom je niet.”
Je bent naast stadsbeiaardier in Groningen, Arnhem en Sneek ook organist en kerkmusicus. Wat verbindt die rollen?
“De locatie toch wel. Het is allemaal in en rondom de kerk. Het leuke is dat ze ook heel verschillend zijn. Het ene is muziek voor in de kerk. Het andere is muziek voor de hele stad. Het zijn in die zin uitersten. Er zijn overeenkomsten en grote verschillen. Zowel op het orgel als op de beiaard klinkt muziek uit de barok heel goed. Maar omdat de beiaard in de hele stad te horen is, heeft het instrument een wereldlijker karakter. Daar speel je dus ook mee in de keuze van de muziek. Je hebt op het carillon een grote artistieke breedte: het ene moment speel je barokke of klassieke composities, het volgende moment arrangeer je populaire muziek.”

Improvisatie vormt voor jou de kern van hoe je muziek maakt. Waarom is dat zo?
“Voor mij moet geïmproviseerde muziek klinken alsof het opgeschreven staat en opgeschreven muziek moet klinken alsof het geïmproviseerd is. Het moet lijken alsof de muziek op dat moment ontstaat. Je moet het echt menen, je moet achter die muziek staan. Het fijne van de beiaard is dat je zelf de muziek kan kiezen. Ik kies eigenlijk altijd muziek die ik zelf heel leuk vind. Dat helpt ontzettend. Er is geen orkestmeester die zegt: nu moet je dit spelen of dat.”
Hoe heb je het programma voor het concert in Middelstum samengesteld?
“Ik heb het instrument wel opgehemeld, maar het is natuurlijk ook weerbarstig omdat het aantal klokken beperkt is. Daardoor kun je sommige muziek heel goed spelen, maar andere is juist niet geschikt. Wat heel goed kan, is eenstemmige muziek. Dan kom je al snel uit bij muziek voor solo-instrumenten. Zo speel ik een stuk van Telemann, de tweede Fantasie voor dwarsfluit zonder bas. Veel solomuziek uit barok heeft een basso continuo-begeleiding, maar dan heb je twee stemmen en die gaan op een klavier met een bescheiden omvang— zoals in Middelstum—snel door elkaar lopen. De Fantasie van Telemann is eenstemmig, maar er zit wel allerlei verkapte tweestemmigheid in. Telemann roept de suggestie op alsof er meer mensen aan het werk zijn.
“Datzelfde geldt ook voor de cellosuite van Bach. Dat is schitterende muziek waarvan het knappe is dat je niets mist. Ik heb nog gekeken of ik dingen kon arrangeren, maar al snel moet je dingen weglaten die toch essentieel zijn. Dus speel ik alle noten die Bach voor de cello schreef. Bij de drie aria’s van Mozart moet ik wel noten weglaten, maar de essentie van die stukken blijft wel overeind. Dat geldt ook voor de twee vioolstukken van Fritz Kreisler, Liebesleid en Liebesfreud, geschreven voor een briljante violist. Daar is de bas onmisbaar, dus die is weliswaar uitgedund nog wel aanwezig.”
Je eindigt het concert met drie traditionele balladen, zoals Danny Boy en Scarborough Fair, en met muziek van Ede Staal. Waarom heb je daarvoor gekozen?
“Die ballades zijn melodietjes die je heerlijk kunt fluiten. En die dan dagen in je hoofd blijven zingen. Ik had wel zin om die melodieën uit te werken, om erop te improviseren. Achter het klavier heb ik alleen de melodie voor me en die duurt niet langer dan dertig seconden. De rest ga ik improviseren.
“Ede Staal behoeft geen toelichting. Ik speel eigen arrangementen van drie nummers van de CD Mien toentje die in 1984 verscheen. Het is muziek die past bij het landschap. Ik vind het een mooie afsluiting van het programma. Een lied als ‘Het het nog nooit zo donker west’ is altijd actueel, maar het voelt nu nog weer actueler dan ooit.”
Het publiek kan het concert van Bob van der Linde beluisteren in het Asingapark, waar stoelen zulllen staan en koffie en thee met koek worden aangeboden.