Henk Veldman speelt op zondag 5 juli 2026 van 15.00 tot 16.00 uur muziek rond het thema zomer. Het programma programma met actuele hits van bekende artiesten. Het concert opent met een van de eerste vormen van programmamuziek uit de muziekgeschiedenis. Vivaldi bewerkte voor strijkorkest de muzikale vertaling van de jaargetijden en dat leverde prachtige sfeerimpressies op. Een echt grote beiaardcomponist was Wim Franken. Hij schreef in een moderne stijl, maar hield steeds rekening met de middentoonstemming, zodat zijn muziek ook goed op Hemonybeiaarden kan worden uitgevoerd. Franken trof de sfeer van drie schilderijen van Frans Hals. Het driedelige werk heeft een groot instrument nodig, maar met wat aanpassingen kan het ook op het kleinere klavier van Middelstum worden uitgevoerd. De Parijse componist César Franck was een een echte orgelcomponist. Hij beschouwde het orgel dan ook als een orkest: “Mon orgue, c’est mon orchestre.” Zijn fraaie melodieën komen ook op de beiaard goed tot zijn recht. Peace piece is een genoteerde improvisatie van de jazzpianist Bill Evans. Het heeft slechts twee akkoorden als basis, die steeds worden herhaald en waar virtuoos op wordt geïmproviseerd, waardoor er een enorme rust van uit gaat. Het concert eindigt met twee heerlijke gospels die in de jaren zeventig razend populair waren.
Every cloud has a silver lining (foto: Ad Toonen).
Op 6 juni 2026 waren voorzitter Wim Appelboom en secretaris Peter Peters van de Commissie Hemony Beiaard Middelstum te gast in het programma Rondje Eemsdelta van Omroep Eemsdelta.
Wim Appelboom (links) en Peter Peters in de studio van Omroep Eemsdelta.
De zomerzonnewende wordt ook wel midzomer genoemd. Op het noordelijk halfrond schijnt de zon dan het langst, ruim zestien uur. Beiaardier Henk Veldman maakte voor de astronomische eerste dag van de zomer een programma rond het thema zonneschijn. Op 21 juni speelt hij om 15:00 uur drie blokjes met elk vier bekende hits over de zon. Het eerste blokje met bekende Engelstalige hits begint met het nummer Let the sunshine uit de musical Hair uit 1967. Iets minder bekend zijn de Engelse popsongs in het tweede blokje, zoals Sunshine on my shoulders van John Denver en Keep on the sunny side of life van de The Carter Family. Het programma eindigt met een blokje Nederlandse hits en het is dan ook wat oubolliger. Onze eigen zomerhits hebben vaak niet veel diepgang, maar als Rob de Nijs en André de zon bezingen komt het toch nog allemaal goed.
Het programma van de carillonbespeling op 7 juni door Henk Veldman is opgebouwd rond de luitwerken van John Dowland (1563-1626). Dowland was zijn hele leven in dienst van vorstenhuizen. Koningin Elizabeth I weigerde hem tot hofluitist te benoemen, naar verluidt vanwege zijn bekering tot het katholicisme. Dowland trok via Duitsland en Italië naar Denemarken om de laatste jaren alsnog aan het Engelse hof verbonden te zijn onder Jacobus I. Als je de teksten van zijn liederen bekijkt, is het een groot tranendal waarin de componist zich bevond, maar de mens had in de renaissance zijn eigen ik ontdekt en liet de emoties vrijelijk de loop. De Franse componist van luitmuziek Nicolas Vallet (1583–1642) kende Dowland en maakte arrangementen van zijn muziek. Dowlands liederen werden hits en componisten waren gewoon elkaars topstukken vrijelijk te bewerken en aan te passen aan hun eigen eigen instrument. De bekende song Flow my tears wordt dan ook in het origineel gespeeld en in een bewerking van Sweelinck (1561-1621), die er een orgelversie van heeft gemaakt. Tot slot klinkt het feestelijke stuk The Bells, dat William Byrd (1540-1623) voor klavecimbel componeerde, maar dat nu op klokken wordt vertolkt.
Fragment van ‘De luitspeler’ van Hendrick Martensz Sorgh uit 1661.
Stadsbeiaardier Bob van der Linde geniet dagelijks van de artistieke breedte van zijn vak. Het ene moment speelt hij barokke of klassieke composities, het volgende moment arrangeert hij populaire muziek voor het carillon. Dat geldt ook voor het concert hij geeft op zondag 17 mei om 15:00. Naast barokmuziek van Bach en Telemann, klinken ook ballades als Scarborough Fair en liedjes van Ede Staal. Improvisatie vormt de kern van zijn spel. “Het moet lijken alsof de muziek op dat moment ontstaat.”
Door Peter Peters
Bob van der Linde: “Het carillon in Middelstum is een heel eigenzinnig instrument. Het bijzondere is dat het zo puur bewaard is, zo oorspronkelijk. Het is een echt Hemony-instrument dat zich kenmerkt door de fraaie klokken, door de rustige toon die in die klokken zit. Bij moderne klokken is dat vaak minder en ook bij oude klokken die herstemd zijn. Je luistert naar de klank van een paar eeuwen geleden. Dichter bij de geschiedenis kom je niet.”
Je bent naast stadsbeiaardier in Groningen, Arnhem en Sneek ook organist en kerkmusicus. Wat verbindt die rollen?
“De locatie toch wel. Het is allemaal in en rondom de kerk. Het leuke is dat ze ook heel verschillend zijn. Het ene is muziek voor in de kerk. Het andere is muziek voor de hele stad. Het zijn in die zin uitersten. Er zijn overeenkomsten en grote verschillen. Zowel op het orgel als op de beiaard klinkt muziek uit de barok heel goed. Maar omdat de beiaard in de hele stad te horen is, heeft het instrument een wereldlijker karakter. Daar speel je dus ook mee in de keuze van de muziek. Je hebt op het carillon een grote artistieke breedte: het ene moment speel je barokke of klassieke composities, het volgende moment arrangeer je populaire muziek.”
Bob van der Linde op een van de twee glazen balkons van de toren van de Eusebiuskerk in Arnhem, waar hij naast Groningen en Sneek stadsbeiaardier is.
Improvisatie vormt voor jou de kern van hoe je muziek maakt. Waarom is dat zo?
“Voor mij moet geïmproviseerde muziek klinken alsof het opgeschreven staat en opgeschreven muziek moet klinken alsof het geïmproviseerd is. Het moet lijken alsof de muziek op dat moment ontstaat. Je moet het echt menen, je moet achter die muziek staan. Het fijne van de beiaard is dat je zelf de muziek kan kiezen. Ik kies eigenlijk altijd muziek die ik zelf heel leuk vind. Dat helpt ontzettend. Er is geen orkestmeester die zegt: nu moet je dit spelen of dat.”
Hoe heb je het programma voor het concert in Middelstum samengesteld?
“Ik heb het instrument wel opgehemeld, maar het is natuurlijk ook weerbarstig omdat het aantal klokken beperkt is. Daardoor kun je sommige muziek heel goed spelen, maar andere is juist niet geschikt. Wat heel goed kan, is eenstemmige muziek. Dan kom je al snel uit bij muziek voor solo-instrumenten. Zo speel ik een stuk van Telemann, de tweede Fantasie voor dwarsfluit zonder bas. Veel solomuziek uit barok heeft een basso continuo-begeleiding, maar dan heb je twee stemmen en die gaan op een klavier met een bescheiden omvang— zoals in Middelstum—snel door elkaar lopen. De Fantasie van Telemann is eenstemmig, maar er zit wel allerlei verkapte tweestemmigheid in. Telemann roept de suggestie op alsof er meer mensen aan het werk zijn.
“Datzelfde geldt ook voor de cellosuite van Bach. Dat is schitterende muziek waarvan het knappe is dat je niets mist. Ik heb nog gekeken of ik dingen kon arrangeren, maar al snel moet je dingen weglaten die toch essentieel zijn. Dus speel ik alle noten die Bach voor de cello schreef. Bij de drie aria’s van Mozart moet ik wel noten weglaten, maar de essentie van die stukken blijft wel overeind. Dat geldt ook voor de twee vioolstukken van Fritz Kreisler, Liebesleid en Liebesfreud, geschreven voor een briljante violist. Daar is de bas onmisbaar, dus die is weliswaar uitgedund nog wel aanwezig.”
Je eindigt het concert met drie traditionele balladen, zoals Danny Boy en Scarborough Fair, en met muziek van Ede Staal. Waarom heb je daarvoor gekozen?
“Die ballades zijn melodietjes die je heerlijk kunt fluiten. En die dan dagen in je hoofd blijven zingen. Ik had wel zin om die melodieën uit te werken, om erop te improviseren. Achter het klavier heb ik alleen de melodie voor me en die duurt niet langer dan dertig seconden. De rest ga ik improviseren.
“Ede Staal behoeft geen toelichting. Ik speel eigen arrangementen van drie nummers van de CD Mien toentje die in 1984 verscheen. Het is muziek die past bij het landschap. Ik vind het een mooie afsluiting van het programma. Een lied als ‘Het het nog nooit zo donker west’ is altijd actueel, maar het voelt nu nog weer actueler dan ooit.”
Het publiek kan het concert van Bob van der Linde beluisteren in het Asingapark, waar stoelen zulllen staan en koffie en thee met koek worden aangeboden.